De potentiële energiebesparing en de economische terugverdientijd van thermische renovaties worden berekend op basis van een theoretisch energieverbruik. Uit onderzoek blijkt echter dat het werkelijke energieverbruik in de meeste woningen aanzienlijk lager ligt.

Dat betekent dat de potentiële energiebesparing van thermische renovaties wordt overschat, terwijl de economische terugverdientijd van de investeringen wordt onderschat. Huishoudens die zuinig zijn met energie kunnen zo worden verplicht tot onrendabele en onduurzame investeringen.

Europese Comissie

Ook voor nieuwbouw ligt de energiebesparing lager dan wordt voorgespiegeld. In nieuwe, efficiënte woningen ligt het werkelijke energieverbruik immers een stuk hoger dan het theoretische energieverbruik aangeeft.

De verwarming van gebouwen neemt een grote hap uit het totale energieverbruik in Europa. De Europese Commissie stelde daarom in 2002 een richtlijn op die de lidstaten verplicht om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren (Energy Performance of Buildings Directive oftewel EPBD).

Dat gebeurt enerzijds door de invoering van energielabels voor bestaande woningen, en anderzijds door het opleggen van steeds strengere normen voor nieuwbouwwoningen en voor renovaties van bestaande woningen.

Duurzame energiebronnen

Vanaf 2021 mogen alleen nog “bijna-energieneutrale” woningen worden gebouwd, waarin de weinige energie die nodig is voor verwarming, ventilatie, koeling en warm water uit duurzame energiebronnen wordt gehaald.

De richtlijn stimuleert een waaier van technologische oplossingen, zoals thermische isolatie (van muren, vloeren en daken), twee-, drie- of vierdubbele beglazing, efficiënte verwarmingsketels en mechanische ventilatiesystemen.

Foto: thermogram van een huis. Bron: Mazza Inspections.

Meer lezen?

Pin It on Pinterest

Share This